Reglement

Opgemaakt/gewijzigd bij besluit van de Algemene Vergadering

17 december 2011 ©.

Aanvulling artikel 12 door ebu op 7 maart 2013.

 

 

Nederlandse editie

 

 

Inhoud:

 

artikel 1                       Discipline                    

artikel 2                       Wapens, Munitie, Holsters & Definities

artikel 3                       Wedstrijdschijf           

artikel 4                       Uitvoering discipline   

artikel 5                       Storingen                   

artikel 6                       Beoordeling & Arbitrage

artikel 7                       Strafpunten                

artikel 8                       Doping/Alcohol                      

artikel 9                       Wapencontrole          

artikel 10                     Hulpmiddelen

artikel 11                     Arbitrage                    

artikel 12                     Toezicht Parcours       

artikel 13                     Onvoorziene gevallen 

artikel 14                     Prijsuitreiking              

artikel 15                     Deelname                  

artikel 16                     Inschrijving                

artikel 17                     Inschrijfgeld               

artikel 18                     Sancties                     

artikel 19                     Klasseringen              

artikel 20                     Onderscheidingen      

artikel 21                     Opgave resultaten      

 

R  E  G  L  E  M  E  N  T

Artikel 1.          Discipline.

 

De wedstrijd bestaat uit het uitvoeren van het Europees Politie Parcours (50 patronen binnen 5 minuten en 30 seconden).

 

1.1          Gericht snelvuur, afstand 7 meter, 2 x 5 patronen binnen 15 seconden op het silhouet van de schijf. (tweehandig, 2 patroonhouders of één speed-/jetloader toegestaan).

Revolverschutters mogen speedloader 4/6 laden.

Pistoolschutters moeten de houders 5/5 laden. Houderwissel mag alleen plaatsvinden bij een leeg wapen. Houder moet zich bevinden in een koppeltasje of in de broek-/vestzak, ze mogen niet meegevoerd worden in de hand, mond of borst-zak.

          Chrono wordt niet op nulstand          gezet.

 

1.2      Vervolg van het parcours in de resterende tijd en bestaat uit achteréénvolgens:

 

                                - Liggend vuren                                   30 meter, 5 patronen

                                - Zittend vuren                                      25 meter, 5 patronen

                                - Staande achter een dekking          20 meter, 5 patronen

                                                                                                rechtshandig

                                - Staande achter een dekking          20 meter, 5 patronen

                                                                                               linkshandig

                                - Knielend vuren                                 15 meter, 5 patronen

                                - Noodweervuur schouderhoogte  15 meter, 5 patronen

                                                                                               in max. 10 seconden

                                - Precisievuur eenhandig                10 meter, 5 patronen

                                - Precisievuur tweehandig              10 meter, 5 patronen

a.     Er wordt geschoten op de reglementaire E.P.P.-schijf.

 

b.    Zo spoedig mogelijk na afloop van zijn/haar geschoten wedstrijd ontvangt de schutter vanwege de organisatie een (kopie)wedstrijdbriefje waarop zijn/haar resultaten vermeld staan.

 

 

Artikel 2.          Wapens, Munitie, Holsters & Definities.

 

De bij de wedstrijd gebruikte wapens, munitie en holsters moeten voldoen aan de in dit artikel vermelde regels.

 

2.1       Wapens.

De volgende wapens met een minimale trekkerdruk van 1360 gram zijn toegelaten:

 

Pistolen:

Alle pistolen in het kaliber 9 mm, die passen in een daarvoor ontwikkeld kistje met de binnenmaten 225 x 150 x 45 millimeter (+/- 1 mm). De haan dient gespannen te zijn en een patroonhouder bevindt zich in het wapen.

Alle Double Action pistolen die geen zogenaamde “hammer-drop” bezitten, zullen worden behandeld als een Single Action pistool.

 

Revolvers:

Alle revolvers in het kaliber .38 special/.357 magnum, mits voorzien van een loop met een maximale lengte van 4" (inch) die passen in een daarvoor ontwikkeld kistje met de binnen-maten 240 x 160 x 45 millimeter (+/- 1 mm).

 

Ten aanzien van alle toegelaten pistolen/revolvers geldt:

                                - niet getuned

                                - standaard wapens

                                - geen optische richtmiddelen, b.v. laser/red dot, etc.

                                - standaard patroonhouders

                                - trekkerdruk minimaal 1360gram, gemeten conform het

                                  karakter van het wapen.

  

2.2       Munitie.

De deelnemers dienen zelf voor munitie te zorgen.

Wadcutters, lichtspoor-, staalkern- of pantserdoorborende munitie is/zijn verboden.

Gebruik van herladen munitie is toegestaan. Echter bij een munitiestoring wordt deze gekenmerkt “als aan de schutter te wijten”.

 

2.3       Holsters.

Toegelaten zijn heupholsters die aan een riem of koppel bevestigd zijn. Andere dan heupholsters, zoals schouder-holsters, crossdrawholsters e.d. zijn niet toegestaan.

De samenstelling van het materiaal van een holster is vrij. Het wapen dient tot en met de trekkerbeugel aan alle zijden omsloten te zijn.

Het holster dient aan die zijde bevestigd te zijn waar zich de schiethand van de schutter bevindt.

 

 2.4      Definitie van een schot.

Onder een schot wordt verstaan het proces van een schei-kundige werking dat vrijkomt bij het tot ontbranding brengen van het slagsas of het kruit van een patroon waardoor de kogelkop de huls verlaat en aan zijn weg door de loop begint.

Als de kogelkop de huls heeft verlaten is er sprake van een schot, ongeacht of de kogelkop de loop van het wapen al of niet heeft verlaten.

 

 Artikel 3.          Wedstrijdschijf.

 

Er wordt geschoten op de E.P.P.-schijf met een punten-verdeling volgens het E.P.P.-reglement:

 - het center in het midden van de schijf        = 5 punten.

- de fles van de schijf                                         = 4 punten.

- de rest van de borst                                         = 3 punten.

- de linkerarm en hand van de schijf              = 2 punten.

- de precisieschijfjes, links en rechts

   zijn verdeeld in                                                4 en 5 punten.

- het silhouet op de schijf is zwart,

   de ondergrond wit of grauw.

- het maximaal te behalen aantal punten is 250.

- de schijf mag door de schutter op de door hem gewenste

   hoogte worden gehangen.

 

Artikel 4.          Uitvoering discipline.

 

4.1       De deelnemer meldt zich op de baan bij de baancommandant met 50 identieke patronen los in één (1) zak, het lege wapen in een aangepast heupholster aan de kant van de schutters-hand (strong hand) en twee (2) patroonhouders of één (1) jet-/speedloader.

 

n.b.    Het is de schutter toegestaan maximum 5 extra patronen mee te nemen i.v.m. eventuele munitiestoringen. Hij dient deze extra patronen dan in bewaring te geven aan de tijdwaar-nemer en wel vóór aanvang van de wedstrijd.

 

4.2       Noodweervuur op 7 meter.

Bij het noodweervuur op 7 meter is het de schutter toege-staan het wapen op ooghoogte te houden. De “Weaver”-houding is toegestaan. De discipline dient wel staande te worden uitgevoerd.

De maximum toegelaten tijd is 15 seconden, inclusief het herladen van het wapen na de eerste vijf (revolver vier) schoten. De tijd gaat in na het fluitsignaal. Na 13 seconden begint het tweede fluitsignaal, dat 2 seconden zal aan-houden. Elk schot NA het fluitsignaal is buiten tijd.

(zie art. 7 “Strafpunten”).

 

De houderwissel mag alléén bij een leeg wapen gebeuren !

 

Het is revolverschutters toegelaten de eerste serie 4 patronen te verschieten en met de jet-/speedloader te herladen met 6 patronen voor de tweede serie, niet omgekeerd.

 

4.3       Liggend vuur.

Het schieten in liggende positie is op 30 meter. De schutter mag zelf bepalen hoe hij ligt, zolang het maar in buiklig is. Het herladen mag in geknielde houding gebeuren, niet recht-opstaand. Na het herladen en holsteren stopt de tijd.

 

4.4       Zittend vuur.

Het zittend vuren is op 25 meter. Bij het zittend vuren dient de schutter zijn wapen, rug en handen vrij te houden van de grond. Het herladen mag in geknielde houding gebeuren, niet rechtopstaand. Na het herladen en holsteren stopt de tijd.

4.5       Staand vanachter een dekking (barricade vuur).

Het vuren vanachter de barricade is op 20 meter. Het is de schutter vrij om ondersteund of met de vrije hand te schieten. Hij/zij dient echter met het lichaam achter de dekking te blijven.

Bij het links- en rechtshandig barricadeschieten is het toegestaan om respectievelijk het linker- of rechterbeen buiten de barricade te plaatsen, de voet dient evenwel kontakt te houden met de barricadeplaat of -zone. Deze zone loopt tot de denkbeeldige lijn links en rechts van de breedte van de barricade. Na het herladen en holsteren stopt de tijd.

 

Let op:

Er dient links- en rechtshandig te worden geschoten (artikel 1.2) !!

 

4.6       Knielend vuren.

Het geknield vuren is op 15 meter. Het is de schutter toegestaan op één of beide knieën te knielen. Echter mag het achterwerk de grond niet raken. Er dient geknield te worden herladen en geholsterd, waarna de tijd stopt. Hierna staat de schutter op.

 

4.7       Noodweervuur op 15 meter.

De houding snelvuur op 15 meter dient te worden aangenomen vanuit de staande houding. De “Weaver”houding is toegestaan. De maximum toegelaten tijd is 10 seconden. Vanaf 8 seconden begint het fluitsignaal, dat 2 seconden zal duren. Elk schot NA het fluitsignaal is buiten tijd. (zie art. 7 “Strafpunten”). Na het herladen en holsteren stopt de tijd.

 

 

4.8       Precisievuur één- en tweehandig.

Het precisieschieten is op 10 meter. De schutter begint met één hand voor een serie van vijf patronen op de 4/5 spiegel, vervolgens met twee handen op de andere 4/5 spiegel. De schutter mag zelf bepalen op welke spiegel hij begint. Het schieten gebeurt in rechtstaande houding. De tijd stopt na het laatste schot.

 

4.9       Tijdens alle verplaatsingen dient het wapen geholsterd te zijn met gesloten slede.

 

4.10     De patronen voor het herladen mogen uitsluitend uit één zak gehaald worden (uitgezonderd op het 7 meter punt met de patroonhouder of jet-/speedloader) en niet eerder dan nadat het wapen leeg is (voor pistool geldt dat het tevens geholsterd moet zijn).

 

4.11     De tweede patroonhouder of jet-/speedloader moet voor aan-vang van de serie weggestoken worden. Het mag zeker niet in de hand of in de mond gehouden worden.

 

4.12     Na het eerste fluitsignaal van het snelvuur op 7 meter mag de schutter patronen die hij/zij laat vallen niet meer oprapen, ook geen gevulde patroonhouder of jet-/speedloader, uitge-zonderd die bij het liggend en/of zittend schieten uit de zak rollen of vallen bij het herstellen van een storing aan het wapen. Patronen die vallen tussen het eindsignaal van het snelvuur op 7 meter en het beginsignaal van het liggend schieten mogen wel opgeraapt en verschoten worden.

De eventuele gevallen patronen dienen minder verschoten te worden in de laatste discipline, nl. ondersteund precisievuur op de 4/5 spiegel.

Patronen die vallen bij een storing die zelf verholpen wordt, zijn verloren!!

 

4.13     Na het snelvuur op 7 meter wordt de tijd gestopt en terug gestart bij het begin van het schieten op 30 meter. Vervolgens wordt de tijd telkens stilgezet op het moment dat het wapen veilig is herladen en geholsterd om naar een volgende positie te gaan.

 

4.14     Voor de pistolen en revolvers geldt dat het eerste schot op elke discipline dient afgevuurd te worden in “double action” met uitzondering van het precisieschieten op 10 meter (SA pistolen uitgezonderd). Deze laatsten mogen hun wapen pas doorladen op elke nieuwe discipline, dus niet bij het herladen.

Zij mogen nooit een verplaatsing doen met een patroon in de kamer !!

 

4.15     Alléén bij het snelvuur op 7 meter is het toegestaan om twee patroonhouders of één jet-/speedloader te gebruiken.

 

4.16     Elk schot dat na het beginsignaal valt is een wedstrijdschot.

 

Artikel 5.          Storingen.

 

5.1       De schutter steekt zijn vrije hand op en meldt luid en duidelijk "STORING".

De tijdwaarnemer stopt de stopwatch, neemt het wapen over en controleert de storing. Er zijn dan twee mogelijkheden.

 

De storing is niet aan de schutter te wijten.

Dan verhelpt de tijdwaarnemer de storing en geeft het wapen aan de schutter terug. Bij het éérstvolgend schot start de tijd opnieuw.

 

De storing is wel aan de schutter te wijten.

Dan verhelpt de tijdwaarnemer de storing en geeft het wapen aan de schutter terug. Deze vervolgt zijn parcours na het indrukken van de stopwatch. Bovendien krijgt de schutter 5 (vijf) strafpunten alsmede 10 (tien) seconden straftijd.

 

Storingen die aan de schutter te wijten zijn:

 

     - niet opspannen van het pistool.

- patroonhouder of jet-/speedloader niet goed ingebracht.

- aanraken van de houderhaak/pal, waardoor de patroon-

   houder zakt.

     - onjuist aantal patronen geladen.

     - de veiligheidspal opgezet.

     - onvoorzien afgaan van een schot.

     - trekker niet voldoende laten terugkomen.

     - lostrillen van de richtmiddelen.

     - slecht onderhoud.

    - trommelblokkering door slecht ingebrachte of slecht

       herladen patroon.

     - niet geraakt slaghoedje van de patroon.

     - onjuist/onvoldoende herladen patroon.

Alle andere storingen worden aangemerkt als niet aan de schutter te wijten, en geven tijdsvergoeding om de storing te verhelpen.

 

Indien herstelling van het wapen te lange tijd zou vergen, mag met een ander goedgekeurd wapen van hetzelfde kaliber worden verder geschoten.

Bij een derde wel/niet geldige storing wordt de schutter uitge-sloten van verdere tijdsvergoeding en zal hij zijn parcours binnen de resterende tijd dienen af te leggen. Bij eventuele opgave na een storing zal het tot dan toe behaalde resultaat gelden als eindresultaat, zowel individueel als voor het teamresultaat.

(Geen automatische uitsluiting. Zie hiervoor het U.I.T.-reglement).

 

5.2       De schutter mag de storing zelf verhelpen, zonder dit te melden en zonder tijdsvergoeding.

 

Artikel 6.          Beoordeling en Arbitrage.

 

6.1       Bij een schot in de schemerzone of op de scheiding tussen 5/4, 4/3 enz. wordt steeds het hoogste cijfer geteld.

 

6.2       Als twee deelnemers gelijk eindigen wordt de volgende puntentelling gehanteerd:

 

    - de meeste vijven

    - de hoogste score snelvuur op 7 meter

    - de snelste tijd snelvuur op 7 meter

     - de snelste totaaltijd.

 

6.3       Indien er zich bij het schieten op 7 meter moeilijkheden zouden voordoen dan wordt er een nieuwe schijf opgehangen voor het vervolg van het parcours.

Deze nieuwe schijf wordt reglementair afgeplakt (zwart op wit en wit op zwart), zo goed mogelijk als het schotbeeld van de afgenomen schijf vertoonde. De beide schijven gaan naar het telbureau.

 

In het gehele parcours, mag het schotmaatje ALLEEN door de internationale jury worden gehanteerd.

 

 

Artikel 7.          Strafpunten.

 

De volgende inbreuken geven aanleiding tot aftrek van punten van de totaalscore:

 

- SA vuren waar DA verplicht is (5 punten per schot).

     - Schoten gelost na het fluit- of eindsignaal (5 punten per

       schot).

     - Meer schoten lossen dan de 50 voorgeschreven

       (diskwalificatie).

     - Voor een onderdeel van het parcours teveel patronen

       verschieten (5 punten per schot).

     - Gevallen patronen oprapen en verschieten (5 punten per

       schot).

     - Ongeldige storing (5 punten + 10 seconden straftijd).

 

Het negeren van de veiligheidsvoorschriften kan uitsluiting tot gevolg hebben. De jury zal hierover beslissen. Bij de telling geldt het U.I.T.-reglement.

 

Artikel 8.          Doping/Alcohol.

 

Het is niet toegestaan voor of tijdens het schieten alcohol-houdende dranken of stimulerende middelen te gebruiken.

Deelnemers aan Belgische wedstrijden dienen zich te onder-werpen aan de wet op dopinggebruik bij sportbeoefening. (Deze regel moet ingevolge de Belgische wetgeving integraal worden overgenomen).

 

Artikel 9.          Wapencontrole.

 

Het wapen wordt niet tot de wedstrijd toegelaten als:

 

 -  de trekkerdruk minder is dan 1360 gram in Single Action

 -  het wapen niet is uitgerust met een goed werkende

    valveiligheid,

 -  het wapen ernstige gebreken of tekortkomingen

    vertoont die de veiligheid van anderen in gevaar kan

    brengen.

 

Het wapen wordt wel tot de wedstrijd toegelaten doch zonder aanspraak op storingsrecht:

 

 

     - als het wapen sterk vervuild is,

     - als er beschadigingen aan het wapen zijn die nadelig zijn

       voor het goed functioneren van het wapen.

 

Artikel 10.        Hulpmiddelen.

 

Het gebruik van speciale hulpmiddelen zoals optische richt-middelen alsmede het gebruik van specifieke schietbrillen is niet toegestaan; gekleurde glazen worden toegelaten.

 

Artikel 11.        Arbitrage.

 

11.1     Indien nodig zal de wedstrijdleiding een internationale jury (3 personen) samenroepen van vakbekwame mensen. Indien geen internationale jury samengesteld kan worden, zal de jury bestaan uit minimaal 3 deelnemers die niet tot de organisatie behoren en die niet tot het team behoren dat om de arbitrage verzocht. De jury hoort alle betrokken partijen alvorens zij een beslissing neemt. De uitspraak van de jury is bindend.

 

11.2     Een uit drie personen bestaande telcommissie beoordeelt de resultaten. Tegen de uitslag van de telcommissie is beroep mogelijk bij de wedstrijdleiding, door het betalen van een borgsom.

            De hoogte van de borgsom wordt bepaald door de organisatoren en wordt vóór de wedstrijd bekendgemaakt. Er zal dan een jury worden samengesteld. (zie art. 11.1). Wordt het protest ingewilligd, dan wordt de borgsom terugbetaald.

 

11.3     Na het beginsignaal mag de schutter zijn schijf niet meer aanraken.

 

11.4     Elke deelnemer wordt begeleid door een toezichthouder /tijdwaarnemer.

Deze vergewist zich ervan dat vóór de aanvang van het parcours de schijf maagdelijk is en alléén het inschrijf-nummer van de deelnemer in het midden boven van de schijf vermeld wordt.

De toezichthouder/tijdwaarnemer vermeldt zijn naam of initialen linksonder op de schijf bij het voor het noodweer bestemde resultaatgedeelte.

Na afloop van het parcours neemt de tijdwaarnemer de schijf af en levert deze terstond in bij de baancommandant.

De tijdwaarnemer zal zich onthouden van elk commentaar nopens de resultaten t.o.v. de deelnemer, dit om eventuele vergissingen uit te sluiten.

 

11.5     Het is niemand anders dan de tijdwaarnemer toegestaan de schutter te volgen tijdens het schieten, uitgezonderd de team-leider of coach.

Deze dient zich evenwel te onthouden van elk commentaar.

 

11.6     Toeschouwers dienen zich achter de 40 meterlijn te bevinden en zich te onthouden van elk commentaar. De baancommandant is gemachtigd hen te gelasten de baan te verlaten.

 

Artikel 12.        Toezicht Parcours.

 

Het toezicht op de schutter wordt uitgeoefend door de toezichthouder/tijdwaarnemer. Hij dient erop toe te zien dat:

 

12.1     Met uitzondering van het precisievuur op 10 meter, moeten alle deelnemers (pistolen en revolvers) op ALLE disciplines het eerste schot in “double action” vuren.

            (N.B. het wapen dient op DA geholsterd te worden bij de verplaatsing van 15 naar 10 meter).

 

12.2     Deelnemers met een “Single Action” pistool dienen hun wapen in “half geladen” toestand in het holster te dragen met gesloten slede. Zij dienen op alle onderdelen het wapen voor het eerste schot (inclusief zwakke hand vanachter een dekking) door te laden.

 

12.3     De tijdwaarnemer gaat, nadat de schutter het snelvuur op 7 meter heeft afgewerkt, naar de schijf, noteert het resultaat op de schijf en plakt de schoten in het zwart met witte en de schoten in het wit met zwarte plakkers af.

 

12.4     De tijdwaarnemer maakt de eindtijd van het parcours – 5 minuten en 30 seconden – aan de schutter bekend door een hand op de schouder van de schutter te leggen. Na deze handeling mag er niet meer geschoten worden. Het aantal daarna tóch afgevuurde schoten en/of het aantal niet afgevuurde patronen wordt op het scorebriefje genoteerd.

 

 

12.5     Bij elke discipline controleert de tijdwaarnemer of de deel-nemer 5 schoten per discipline heeft afgevuurd.

Afwijkingen zullen op het einde door de tijdwaarnemer op de schijf en/of scorebriefje vermeld worden.

 

Artikel 13.        Onvoorziene gevallen.

 

In alle, niet in onderhavig Reglement voorziene gevallen, beslist de wedstrijdleiding, eventueel in samenspraak met de jury (zie art. 11.1). Als leidraad zal het U.I.T.-Reglement worden gehandhaafd.

 

Ten alle tijde is de baancommandant verantwoordelijk voor de veiligheid en zal hij eventuele veiligheidsfouten doen ophou-den, desnoods met uitsluiting als gevolg. Er dient dan steeds uitvoerig verslag te worden gedaan bij de wedstrijdjury, die de beslissing van de baancommandant zal evalueren en in voorkomend geval zal bevestigen. De jury kan evenwel ook beslissen dat de deelnemer de wedstrijd vervolgt.

 

Artikel 14.        Prijsuitreiking.

 

De prijsuitreiking vindt plaats, indien mogelijk, zo spoedig mogelijk na de afloop van de wedstrijd op de laatste wedstrijddag, na de opmaak van het eindklassement.

 

Artikel 15.        Deelname.

 

15.1     Deelname staat open voor teams en individuele schutters van alle binnen- en buitenlandse Politiediensten, Koninklijke Marine, Koninklijke Landmacht, Koninklijke Luchtmacht, Koninklijke Marechaussee, Douane, Leger, Veiligheidsdiensten en eventueel genodigden.

 

15.2     Per Korps of afdeling kunnen meerdere teams worden ingeschreven.

 

15.3     Per Korps of afdeling kunnen meerdere individuele schutters worden ingeschreven.

 

15.4       Een team bestaat uit vier (individuele) schutters.

 

 

15.5       De namen van de schutters die deel uitmaken van het team, dienen vooraf bekendgemaakt te worden.

 

15.6     Als niet alle schutters van een team op dezelfde dag kunnen deelnemen, worden de individuele resultaten van deze schutters niet bekend gemaakt voordat alle teamleden hebben geschoten.

 

15.7     Deelname is enkel mogelijk op de in de uitnodiging vermelde dagen en uren.

 

15.8     Organisatoren die aan hun eigen wedstrijd deelnemen dienen dit te doen onder het toezicht van één of meerdere juryleden. De beoordeling van hun schijven dient onder toezicht van één of meerdere juryleden te geschieden. De samenstelling van de jury is geregeld in art. 11.1 van dit reglement.

 

15.9     Elke organiserende vereniging of korps zal op zijn wedstrijd hun team(s) vóór aanvang van het eerste wedstrijdschot bekendmaken door de samenstelling ervan op een duidelijk zichtbare plaats op te hangen.

 

Artikel 16.        Inschrijving.

 

Alle deelnemers vullen ter plaatse een deelnameformulier in. Door invulling daarvan, stemmen zij in met de bepalingen van dit reglement.

Bij gebeurlijke ongevallen kan de organisator, noch de eigenaar van de accommodatie verantwoordelijk worden gesteld.

 

Artikel 17.        Inschrijfgeld.

 

Het staat elke organisator vrij om zijn inschrijfgeld te bepalen.

Voor iedere deelnemer aan het EPP-parcours van een op de kalender voorkomende wedstrijd, dient € 0,50 te worden betaald aan de overkoepelende EPP-organisatie, met een minimum van € 50,00 (voor de eerste 100 deelnemers).

 

Artikel 18.        Sancties.

 

Deelnemers aan een EPP-wedstrijd die zich niet aan dit EPP-reglement houden, worden voor die wedstrijd uitgesloten van het internationaal klassement, zowel individueel als per team.

 

Artikel 19.        Klasseringen.

 

Op de Jaarlijkse Algemene Vergadering wordt telkenmale vastgesteld welke wedstrijden er voor het Europese Klassement in aanmerking komen.

 

Bij het opmaken van het Klassement Individueel wordt de volgende klassering gehandhaafd:

 

A-klasse:

                        Alle schutters die het voorgaande jaar een gemiddelde gehaald hebben van 220 punten of hoger.

Alle schutters die voor het eerst deelnemen of in het voorgaande jaar niet geklasseerd zijn.

 

B-klasse:

                        Alle schutters die het voorgaande jaar een gemiddelde gehaald hebben van 190 punten of hoger.

 

C-klasse:

Alle overige schutters, niet in de A of B-klasse ingedeeld.

 

Artikel 20.        Onderscheidingen.

 

Voor het verkrijgen van de onderstaande titels en bijbehorende onderscheidingen wordt de volgende norm gehanteerd:

 

MASTER”      - gemiddeld 228 punten of meer;

 

EXPERT”        - gemiddeld 215 punten of meer;

 

MARKSMAN” - gemiddeld 191 punten of meer.

 

Voor alle duidelijkheid wordt vemeld dat de schutter slechts één onderscheiding ontvangt, als hij aan het voor dat jaar geldende minimum aantal wedstrijd heeft deelgenomen.

Het mag overbodig worden geacht te vermelden dat een  ‘master’ of ‘expert’ niet ook de lager gekwalificeerde titel(s) en onderscheiding(en) ontvangt.

 

 

Artikel 21.        Opgave wedstrijdresultaten.

 

Elke organisator van een EPP-wedstrijd, die meetelt voor het Europese Klassement, verplicht zich, zo spoedig mogelijk na het bekend worden van de uitslag, deze uitslag per e-mail of op een gegevensdrager te zenden aan het:

 

 
 

EUROPEES  REGISTRATIE  CENTRUM 

EPP UITSLAGEN

p/a  Eef BUURMAN,

Briandflat 41

1422  TV  Uithoorn   

The Netherlands

tel: 00-31-(0)297-562897

mobile: 0031-6-723790

e-mail:  eef.buurman@hetnet.nl

 

-o-o-ebu-o-o-

-o-2013-o-

-o-mrt-o-

-o-7-o-

-o-o-

-o-